![]() |
|
|
Landbouwprogramma 1) Inleiding, na de oorlog hebben we een hoogstaande voedselvoorziening opgebouwd. Niet afbreken! 2) Algemene doelstellingen voor de agrarische sector in Europa. 3) Doelstellingen voor de agrariërs 4) Afschaffing landbouwsubsidies in Europa werkt slavernij in de derde wereld in de hand. 5) Natuur en milieu gecultiveerd door de boeren is beter dan bramen en brandnetels. 6) Mestprobleem, betekend zoeken naar oplossingen i.p.v. de boeren verjagen. 7) Dierenleed is in de veeteelt lager dan in het wild. 8) Biologische teelt methoden, is geld verdienen aan een misplaatste mensvisie. 9) De Voedsel en Waren Autoriteit. Inleiding,
na de oorlog hebben we een hoogstaande Regelmatig wordt in de media en de publieke opinie de indruk gewekt alsof de landbouw een bedrijfstak is die niet past in een modern land als Nederland. Een bedrijfstak die bovendien gezien wordt als erg duur voor de maatschappij vanwege de hoge subsidies. Dit negatieve aanzien wordt versterkt bij problemen en tegenslagen. Voorstellen van het politieke establishment verergeren de situatie, terwijl "gewone" oplossingen uit agrarische gemeenschap worden genegeerd. Bijvoorbeeld het massaal ruimen van dieren bij dierenziekten wordt als een onoverkomelijkheid van de onbeperkte uitbreiding van het houden van vee gezien. De politiek neemt dan de stelling, "had het boerenbedrijf maar niet zo sterk moeten expanderen, niet zo dieronvriendelijk moeten zijn, niet op winstbejag moeten toeleggen dan was het allemaal niet gebeurd. Er is zelfs een gerenommeerd politicus geweest die voorstelde bij de MKZ uitbraak van enkele jaren geleden, om maar meteen de hele veestapel te liquideren. Volgens de boeren had niet zo drastisch hoeven worden ingegrepen. Inmiddels is al door de politiek besloten om in het vervolg minder dramatisch te reageren. Het is in ieder geval wel duidelijk dat de gevestigde politieke orde weinig realistisch denkt. Je kunt ook stellen dat deze orde iedere keer met onzin aankomt, welke uiteindelijk de positie van de boeren verzwakken. Dit alles, terwijl niemand voordeel heeft. Niet de belasting betaler, niet de boer en niet de ontwikkelingslanden, niemand heeft de laatste tien jaar van de verheven en moderne voorstellen van het pluralistische establishment geprofiteerd. Naar mijn mening moet de landbouw in Nederland gezien worden als een gegeven, waarover je kunt nadenken. Niet als een noodzakelijk kwaad dat er nu eenmaal is, en dat je maar moet accepteren en proberen er zo gunstig mogelijk mee om te gaan. Maar landbouw is voedselvoorziening, landschapsinrichting en politieke stabiliteit. Ik denk dat het hebben van landbouw een belangrijk voorrecht is voor een land of een groep van landen. Daar er dagelijks vers voedsel en eten in overvloed is, wordt die positie als vanzelfsprekend beschouwd. Men kan zich niet voorstellen dat het anders zou kunnen zijn. Men kan zich niet voorstellen dat het moeite heeft gekost dat bereiken. En dat de moeite die nu wordt gedaan, door de politiek volledig om zeep wordt geholpen. Voor de Tweede Wereldoorlog was Europa afhankelijk van voedsel importen. Nu is Europa al jaren zelfvoorzienend en zijn we al vele jaren van honger en geweld gespaard gebleven. Dit spoort de intellectuele klasse blijkbaar aan zich te onderscheiden met een verheven geesteshouding en tevens de weg van de minste weerstand te kiezen als het gaat over handhaven van het materiële, de maatschappij én het opkomen voor landgenoten. Hebben van een bevoorrechte positie van anderen wordt laatdunkend beoordeeld en er wordt denigrerend en depriverend mee omgesprongen. Juist zelf de moeite gunnen, na te denken over onze eigen voedselvoorziening en landbouw zal duidelijk maken dat deze sector voor samenwerkende landen als de Europese Unie onmisbaar is en dat kritiek op de huidige agrarische politiek misplaatst is. In deze beschouwing wil ik duidelijk maken dat ieder land recht heeft op eigen landbouw en dat een dergelijke opstelling geen nadelen heeft voor andere economische blokken, met name de derdewereld. Subsidiëring, stimulering en modernisering zijn noodzakelijkheden om waar dan ook ter wereld landbouw mogelijk te maken. Het marktdenken brengt geen spontane orde, maar kinderarbeid. En dat laatste geldt niet alleen voor landbouw, maar ook voor de industrie. Het is de politiek die veroorzaakt dat we moeten concurreren met landen die gebruik maken van kinderarbeid. Laat de politiek maar eens na gaan denken over bescherming van onze eigen industriële activiteiten in plaats van kinderen In China en India door onze octrooien omzeilend, het werk te laten doen. Stop met de indruk te wekken alsof afbraak van de landbouw in Nederland de armoede en ondergang van de wereld kan tegen houden en daarmee de wereld voorspoed, vrede en welvaart kan brengen. Dat zijn opmerkingen waarover men niet nagedacht heeft en die gewoon totaal onzinnig zijn. Algemene doelstellingen voor de agrarische sector in Europa. In de jaren vijftig drong in Europa het besef door dat onze landbouw slecht was georganiseerd. Europese landbouw had een grote achterstand op landen met een destijds vooruitstrevende en gemechaniseerde teeltmethode. Deze mechanisatie was een reactie op de afschaffing van de slavernij een eeuw eerder rond 1850. Europese regeringsleiders hebben bij het herstel na de oorlog de modernisering krachtig ter hand genomen. De arbeidsproductiviteit in de landbouw moest omhoog en de arbeidsomstandigheden zou moeten worden verbeterd. Werkzaamheid in de agrarische sector zou een redelijk inkomen aan weliswaar minder aantal boeren garanderen. Kortom verhoging van de productie en de rentabiliteit was een eerste noodzakelijkheid om moderne en efficiënte landbouw te verwerven. Aan marktdenken heb je dan helemaal niks, want een kleine tijdelijke en regionale overproductie door onbeperkt aanbod doet de prijzen alleen maar dalen. En bij dalende prijzen krijg je juist een slechte landbouw en zeker geen nieuwe investeringen voor verdere modernisering. Opbrengst verhogende maatregelen werken dus wat de prijs betreft tegengesteld. Daarom zijn subsidies gewoon nodig. Europa had ook kunnen besluiten om de landbouw verder te laten verpieteren. Dus geen eigen voedselvoorziening en goedkoop landschapsonderhoud. We waren dan met het dagelijks voedsel afhankelijk van andere landen buiten Europa. Als die landen hun eigen landbouw niet zouden subsidiëren treft daar hetzelfde euvel, dat wil zeggen een slecht georganiseerde landbouw die bij tijdelijke overproductie instort. Met als gevolg dat we tijdelijk niks of weinig te eten hebben. Bovendien zijn we als Europa onafhankelijk van oorlogen en agressie in de wereld. Economisch gezien is subsidiering van de landbouw een noodzakelijkheid. De overheid kan de infrastructuur en investeringsklimaat verbeteren en bovendien zorgen voor een hoog aanbod tegen een redelijke prijs. Binnen deze grenzen kan vervolgens door particulier initiatief een goede en moderne landbouw ontstaan. Deze publieke private samenwerking heeft in Europa uitstekend gewerkt. Het was een uitstekend systeem, waar volgens mij andere economische blokken een voorbeeld aan kunnen nemen. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt, maar dat neemt niet weg dat het systeem deugt. Een in het oogspringende fout is de fraude gevoeligheid, maar dat is bij iedere overheidstoelage zo. Het bedrog dat er is, maakt de landbouwpolitiek niet bijzonder. Trouwens gezien de doelstellingen van de Europese Unie en dat is hogere productie zou men in dit geval met een systeem kunnen werken dat integriteit beloond. Bovendien hebben de opvallendste malversaties plaatsgevonden in de handel (twee maal exporteren bijvoorbeeld) en in de periferie van de landbouw. Dan zijn er nog systeemfouten te noemen zoals overproductie; voortbrengselen die men niet kan afzetten aan de consument. Inmiddels zijn de regelingen verbeterd en is de boterberg en wijnplas weer verdwenen. In ieder geval heeft men kunnen bewerkstelligen dat de overproductie nauwelijks een structureel probleem meer is. Een andere systeemfout is subsidiëring van de export betreffende overproductie van bulkproducten, zoals goedkope kaas en suiker. Uiteraard is het goed dat we agrarische export van hoogwaardige producten als zaden en stekken kunnen realiseren. Dergelijk voortbrengselen zijn echter niet gesubsidieerd. De omstreden export is dus maar beperkt, toegegeven op suiker zit wel subsidie. Ik denk dat men binnen de Europese Unie dergelijke overproductie moet beperken, het past immers niet in de oorspronkelijke doelstellingen. Naar mijn mening is het zeker geen reden om het landbouwbeleid om te gooien. Anderzijds durf ik nog wel zo ver te gaan dat afschaffen van de teeltsubsidie op suiker geen positieve verbetering voor de landbouw elders in de wereld. Dat zou wel kunnen als ze in die bepaalde landen al een betere infrastructuur dan wij in Europa hebben: dat wil zeggen de markt niet meer laten verstoren door hun eigen overproductie of tekorten. Samenvatting: binnen de Europese Unie is gestreefd naar een hoogwaardige en evenwichtige landbouw met redelijke inkomens voor de boeren. Er is geen reden deze doelstellingen te verlaten. Doelstellingen voor de agrariërs Een belangrijk doel van de landbouwpolitiek in de Europese Unie was modernisering van die sector. Om gemotiveerd het werk te kunnen doen, dat wil zeggen geen zwaar werk dat nauwelijks beloond wordt en dat er redelijke vooruitzichten zijn op resultaat van ondernemersinspanningen en investeringen. Vaak was toen en soms nu nog, is er de grote vraag of producten wel geld opbrengen. Er is al veel bereikt, nu gaat het er vooral om dat die gunstige omstandigheden ook minimaal gehandhaafd kunnen blijven. Ze moeten niet slechter worden. Ik heb er al aan gememoreerd dat momenteel de opinie heeft postgevat dat het met de landbouw in Nederland wel wat minder kan. De subsidie moet worden verminderd en bovendien worden eisen gesteld aan de methoden om het welzijn van dieren te verhogen. In mijn ogen zijn bezwaren tegen de landbouw niet terecht en laat men zich meeslepen met wat in de belangstelling staat zonder zich af te vragen of er wel van de juiste beeldvorming sprake is. Ik wil hier benadrukken dat men de landbouwpolitiek gewoon moet continueren. Dan bedoel ik natuurlijk niet de eindeloze onzinnige wetgeving. De politiek zal ervoor moet zorgen dat de prijzen van de landbouw producten weer kunnen stijgen, opdat een redelijk inkomen gehaald kan worden en dat bedrijfsbeëindigingen door gebrek aan opbrengsten vermeden kunnen worden. De situatie is momenteel zo nijpend, dat daar echt aan gewerkt moet worden. De politiek hoeft zich niet te schamen voor verkeerde behandeling van de landbouw in ontwikkelingslanden. Men moet zich niet aangedaan voelen door linkse opinies, welke alleen berusten op emotionele fictie in plaats van realiteit. In zijn algemeenheid, een functionerende economie is geen mechanisme dat kan werken door groepen als ambtenaren te bevoordelen ten koste van jongeren, bejaarden en de landbouw. Van het CDA verwacht ik dat ze hiervoor pal staan. Als boeren uit Nederland vertrekken is er iets niet goed gebeurd. De boeren in ontwikkelingslanden zijn daar niet bij gebaat en wij hebben daarmee wel verzaakt. Afschaffing landbouwsubsidies in Europa werkt slavernij in de derde wereld in de hand. Het is een ander verhaal, maar het vrije marktdenken brengt echt geen enkele economische oplossingen voor welke problemen dan ook. Het brengt geen spontane orde zoals rechtse filosofen nog wel eens beweerd hebben. Vrije marktdenken mag overigens niet verward worden met ondernemersgewijze productie of particulier initiatief. In een ander verband wil ik daar nog wel op terug komen. Maar vrije markt betekend onbeperkte toetreding tot de markt. Maar onbegrensde concurrentie heeft alleen maar lage prijzen tot gevolg, de productie stopt en de economie stort in. Zeker in de landbouw zijn er nauwelijks beperkingen om toe te treden tot de markten. Hoe hoger de productie hoe lager de prijs. De landbouwpolitiek in Europa heeft juist de toetreding beperkt en de landbouw met succes gemoderniseerd. Naar mijn mening is de derdewereld het beste af door onze landbouwpolitiek te implementeren. Het is belangrijk dat men zich concentreert op de eigen markten. Men moet zorgen dat mensen in die landen meer en vooral beter voedsel kunnen kopen. Vaak nog is het voedsel van inferieure kwaliteit; producten bevatten te weinig mineralen en vitamines. Modernisering is noodzakelijk. Daarvoor is prijsbescherming belangrijk. Een ander zeer belangrijk punt voor de voedselvoorziening is de infrastructuur en wel die van transport. Het is in Afrika soms een probleem om voedsel op de juiste plekken en markten te krijgen. Landbouw in de derdewereld moet vooral refereren aan de eigen situatie en zich minder richten op Europa. In dit verband wil ik nadrukkelijk stellen dat de landen in de wereld met hoogste export quote, dat zijn landen met de meeste agrarische exporten juist ook bovenaan staan op de lijst van de armste landen in de wereld. Exporteren van landbouw producten biedt hen geen enkel soelaas. Het is af en toe gênant een linkse intellectueel te horen die denkt alle problemen betreffende honger in de wereld te kunnen oplossen door de exporten te stimuleren van die landen door onze landbouw sterk te remmen, opdat de prijs voor landbouw producten uit ontwikkelingslanden daardoor kan stijgen. Zorg maar dat ze zich met hun eigen voortbrengselen ordentelijk kunnen voeden. En daarbij wordt achteloos over de volgende punten heen gestapt: - alsof de prijs van koffie, cacao en thee nu zo hoog is - alsof de teeltgebieden in de tropen voor alle producten geschikt zijn - alsof ze daar kunnen telen zonder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. In detropen kent men ook zijn beperkingen. De gevoeligheid voor ziekten van gewassen uit gematigde streken is erg hoog. Intellectuelen vinden het vanzelfsprekend dat de teelt van tomaten in Marokko succesvoller is dan in Nederland, maar dat is niet zo. Het kan daar alleen met transportresistente tomaten (en of die nu beter smaken?) en omdat de arbeidskosten lager zijn. [In kleigrond zitten mineralen die makkelijk opneembaar zijn door planten. In zandgronden zijn de mineralen minder beschikbaar voor planten. Door mineralen toe te voegen verbeterd men de grond de productie en de voedingswaarde van de gewassen. Aan toevoegen van mineralen zitten nauwelijks of geen nadelen. Ooit heeft iemand het toevoegen van mineralen "kunstmest" genoemd en nu zitten we met het probleem dat mensen met een welvaartstrauma denken dat ze toepassing van kunstmest moeten verhinderen, omdat ze denken dat kunstmest iets synthetisch is. Het is een volkomen fake probleem en gedijt alleen maar in verwarde hoofden. De landbouw over de hele wereld kan niet zonder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Eveneens is het gevaar voor gewasbeschermingsmiddelen sterk overtrokken. Het CDA moet maar stelling durven nemen en niet langer neerbuigend te zijn tegen in bewustzijn vernauwde geesten. Het honger probleem in de wereld is vooral een probleem van gewassen met een gebrek aan mineralen.] Het grootste probleem voor landbouw in onderontwikkelde landen is wel de structuur. Het is een vrije structuur met vrije toetreding. Zodra er een hogere prijs gloort, neemt het aantal aanbieders toe en blijft de prijs laag. Zolang er in die landen geen overheidsingrijpen komt, op de wijze zoals in de Europese Unie gedaan is, zal de prijs van producten altijd laag blijven. Met als gevolg dat een constant aanbod ontbreekt, omdat er investeringen ontbreken. Een dergelijke basis kan nooit leiden tot een goede voedselvoorziening van de hele wereld. De Europese Unie is al tegemoet gekomen aan de eis van de derdewereld om minder landbouwsubsidie te verstrekken op suiker, maar zoals te verwachten was heeft dit niet geleid tot hogere wereldmarkt prijzen, hetgeen wel de opzet van die politici was. Een ander probleem om tegemoet te komen aan de wensen van ontwikkelingslanden is het ontstaan van nieuwe extensieve landbouw in Zuid-Amerika. De revenuen komen dan terecht bij enkelen en niet bij de arme massa. Het zijn echt niet de meest achtergestelden, die in de getrokken gaten kunnen springen. Deze ontwikkeling is er al. Voor Europa was dit een reden om het overleg in Cancun (?) Mexico in het kader van de WTO te laten mislukken. Ik memoreerde het al, aan dergelijke ontwikkelingen heeft niemand wat. We zitten dan onze landbouw een beetje af te breken en een reorganisatie van de landbouw in Afrika komt er dan niet. Natuur en milieu gecultiveerd door de boeren is beter dan bramen en brandnetels. Ik ben bang dat de "hoogontwikkelde stadsmens" zo ver van de natuur afstaat, dat die het woord natuur associeert met kale vlaktes en ontbreken van alle dieren. In het algemeen is men bang dat huidige ontwikkeling van de economie en welvaart algehele kaalslag tot gevolg heeft. Zonder enige kennis van zaken zijn er allerlei projecten op touw gezet om het kleine beetje natuur dat we hebben nog te sparen. Maar Nederland is een zeer groeizaam land er is geen vierkante centimeter die niet begroeid is. De biomassa van planten en dieren is nog nooit zo hoog geweest. Natuurlijk is de ecologie geheel anders dan bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Ik vraag me af of dat nadelig is. We leven nu eenmaal met tegen de 17 miljoen zielen in Nederland, dat wil zeggen op een klein gebiedje. Een klein gebiedje, daar bedoel ik mee dat we ruimte nodig hebben en dat verdwenen woeste grond in Nederland op wereldniveau nauwelijks iets voorstelt. Ik heb mijn twijfels of dat je kost dat kost alle ontwikkelingen moet tegen houden om weer oorspronkelijke ecologie te introduceren. Ik denk dat sparen van nog niet in cultuur gebrachte gebieden al heel wat is. En dat doen we eigenlijk al de hele 2de helft van de vorige eeuw. Als je land in de oorspronkelijke toestand probeert te herstellen dan krijg je uiteindelijk toch totaal ontoegankelijke gebieden van bramen en brandnetelen. Want ik schreef al aan plantengroei is echt geen gebrek. Je krijgt een overwoekering die niemand wil. Herstel van natuur is ook gewoon op een totale mislukking uitgelopen. Het is ontzettend duur, en eigenlijk is nergens ontstaan wat men wilde. Al gauw woekeren planten die men niet wilde en roofdieren nemen snel de overhand. [Als goedmakertje mag je aan een wetenschappelijk onderzoek meedoen, als je door een adder gebeten bent. Aan die natuur heeft echt niemand iets.] Ik denk dat het verstandig is de flora en fauna die hier is zeer te koesteren, die heeft echt haar charmes. Terug brengen van natuur zoals die vroeger was is totaal onmogelijk, dat is nauwelijks te verwezenlijken. Dit is geen defaitisme, omdat het toch niet te herstellen zou zijn. Maar het oorspronkelijke landschap herstelt zich wel degelijk, maar dan moeten we grotendeels elders gaan wonen en enkele eeuwen wachten. En nogmaals betreffende "groen", ja men zegt zo makkelijk er moet meer groen komen, maar er is Nederland nog nooit zoveel groen geweest. En dan wil ik nog noemen, dat de Oostvaardersplassen een reservaat is van zinloos dierenleed op grote schaal is. De aldaar geïntroduceerde "hardheid" van de natuur is gewoon een uiting van gedeformeerde natuur intellectuelen. Het CDA dient zich in te zetten voor het openbaar maken van de mislukkingen van de Oostvaardersplassen en te stoppen met de wrede situaties. Of waren het maar geruchten? Een ander aspect is tegengaan van milieu vervuiling. In de landbouw hebben we daar al veel aan kunnen doen. Toen het besef in de jaren vijftig van de vorige eeuw doordrong dat we de ecologie niet konden belasten met persistente stoffen, is de gedachte postgevat dat we het milieu niet meer konden gebruiken als afval vat. Dat is een besef of een verworvenheid die ontstaat met toenemende welvaart. Ik denk dat we al veel bereikt hebben en dat we voor de toekomst nog alerter kunnen zijn. De prioriteiten liggen nu bij andere sectoren van de maatschappij en wel bij het introduceren van uitheemse planten en dierensoorten (invasive exotics) en van PPCP (Pharmaceutical and Personal Care Pollutants). De milieu actiegroepen hebben nauwelijks een verbetering kunnen bereiken. Dat zijn meestal mannen en vrouwen die overdreven reageerden op alles dat de beschaving gebracht heeft. Ik denk zelfs dat zij een betere omgeving in de weg stonden omdat zij ook nieuwe technologische milieuoplossingen tegen hielden. Betreffende klimaatsverandering door verhoging koolzuurconcentratie in de atmosfeer als gevolg van menselijke activiteiten. Dit is een papieren probleem het is volkomen verzonnen. De temperatuur en het weer (klimaat) volgen redelijk nauw de gas cyclus (opname CO2 door biomassa) en de zonneactiviteit. De zonneactiviteit neemt waarschijnlijk af, en daarmee is op korte termijn weer een daling van de temperatuur ingezet. Overigens ontstaat er dan een nieuw probleem voor de landbouw. Namelijk dat bij wat minder droogte de opbrengsten zullen toenemen en als gevolg overschotten geven van agrarische voortbrengselen. Het komt nog wel eens voor dat men zomaar maatregelen voorstelt of neemt. Ze hebben de schijn mee in huidige linkse klimaat, maar brengen ze ook de verwachte oplossingen en geven ze geen schade. Ik denk dat maatregelen betreffende mestbeleid die in Nederland afwijken ten opzichte van andere Europese Unie landen. Een ander voorbeeld zou kunnen zijn het onderwater laten lopen van landbouwgronden tijdens hoogwater van de rivieren. Er is al gewezen dat bij gebruik van de doorlaatbare waterkeringen (stormvloedkering) in de rivierarmen het waterpeil voldoende laag kan houden. Volgens mij heeft zich nog niemand afgevraagd of de akkers nog wel bruikbaar zijn als ze geïnundeerd zijn met vuil water? Dat komt allemaal omdat men in de grachtengordel "wel door" heeft wat met de boeren aan de hand is. Het is belangrijk dat we de discussie over onze voedsel voorziening niet belasten met nonsens voorstellen. In zijn algemeenheid zullen we de bestaande ecologie moeten sparen, dat wil zeggen er geen gebruik van maken. Een manier om dat te bereiken is om een zo hoog mogelijke opbrengst per m2 te halen. Je hebt dan minder landbouwgrond nodig. Dit kan weer bereikt worden door oordeelkundig gebruik te maken van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Moderne gewasbeschermingsmiddelen en moderne toepassingen kunnen het gebruik verminderen, opdat de omgeving geen schade treft. Er zijn allerlei toepassingen, zoals waarschuwingssystemen om gewasbeschermingsmiddelen alleen toe te passen als het nodig is. Dit noem ik duurzame teeltmethoden. Het zo min mogelijk gebruik maken van gronden om een maximale oogst te behalen. Door ziekten en plagen die de voedselvoorziening geregeld teisteren, terug te dringen kan het gebruikte oppervlak verminderen zeker in de ziekte gevoelige en mineraal arme gronden van de tropen. Aan land is het mogelijk je landbouw areaal af te zonderen van de ecologie. Op zee is dat minder mogelijk. Ik ben een voorstander van minder gebruik te maken van de visvangst. Ik ben tegen die roofbouw. Ik zou voorstellen om alleen te vissen bij overpopulatie van een bepaald soort en verder vooral agrariërs de mogelijkheden geven vis te telen. Daarvoor is dan ook een landbouwpolitiek nodig zoals we die in Europa jaren lang betreffende de landbouw gehanteerd hebben. In de terminologie van de milieubewegingen staat duurzaamheid voor zuinig omspringen met de natuur. Dus van de natuur nemen dat net geen schade brengt. Een klein beetje vissen op bepaalde soorten bijvoorbeeld. Ik denk toch eerder aan zoveel mogelijk ongemoeid laten van natuur. Dus vooral de landbouw en visteelt propageren. Ik wil nog noemen dat er grote schade aan visbestanden wordt veroorzaakt door het moeten teruggooien van bijvangst. Soorten die niet bevist mogen worden en dus niet gebruikt mogen worden. Het terugwerpen in zee van dode vissen is alleen maar gunstig voor de vogelstand, die vervolgens weer meer vissen roven. Samenvattend: natuur en milieu is een overtrokken probleem. De facto is het een aaneenschakeling van blunders, en schaadt daarmee de juiste aanpak. En juist een goed landbouw beleid spaart de ecologie. Mestprobleem, betekend zoeken naar oplossingen i.p.v. de boeren verjagen. Naar mijn mening, uit de mestpolitiek zich vooral in het tegenwerken van de boeren. De overheid heeft niet gezocht naar oplossen van de problemen, maar heeft de boeren gedwongen hun arealen te beperken. Dit is economisch gezien al een foute oplossing want zo kunnen boeren geen geld generen voor investeringen, dus voor nieuwe technologisch oplossingen. De repressie door landbouwpolitiek van de laatste decennia betreffende het mestbeleid is omgekeerd evenredig met het sentiment van de linkse intellectuelen met de boeren. In andere woorden, men heeft de boeren alleen maar op kosten gejaagd, en daarmee de boeren uit Nederland. Mijn voorstel zou zijn om bijvoorbeeld gebruik te maken van de mest voor maken van kunstmest, of omzetten in energie. En niet uit oogpunt van het mestprobleem, maar vooral kijken wat mogelijk is. Misschien zijn alleen al met belasting faciliteiten al successen te behalen. Misschien was met een redelijke subsidie energie te winnen. En om rendabel te zijn, moet dan misschien meer biologisch afval samenkomen, dus samen verwerken? Bij mij blijft de indruk bestaan dat er zeer verbrokkeld, onsamenhangend en weinig doelgericht gewerkt is en vooral de nadruk op terugdringen dan dat men gezocht heeft naar de beste oplossing in de geest van: van een nadeel en uitdaging proberen te maken. Er is geen project van gemaakt dat de beste kennis en beste mogelijkheden zouden worden toegepast. Men had moeten zorgen dat al het geld naar oplossingen ging. Transport van mest en zo ik weet niet of dat nu zo baanbrekend voor de toekomst was. Ik wil wel nog andere voorstellen noemen. Is het niet mogelijk zo te bemesten dat grond het water en fosfor juist vasthoudt, dus dat er minder in het oppervlakte water terecht komt. De teelt van fosforminnende gewassen stimuleren. Of het oppervlakte water beschermen.Mest als visvoer gebruiken voor de palingteelt. Uiteraard zou dan de prijs voor paling beschermd moet worden, want roofbouw (vissen) geeft dan in geval van vrije toetreding tot de markt ongewenste prijsdalingen. Men zou in meertjes bacteriën en algen kunnen voeren met mest, je kunt dan weer de stikstof rijke (aminozuren) opvangen, micro-organismen bewerken (drogen) en als veevoer gebruiken. Dit zijn allemaal voorbeelden die wel kunnen maar die niet onderzocht zijn. Men heeft zich naar vooruitgang gericht. Zoeken naar middelen en methoden die de stank verminderen en dit is echt geen utopie. Samenvattend zou ik willen stellen dat er volgens mij wel degelijk vernieuwende oplossingen mogelijk zijn, maar er is nooit naar gekeken. Dierenleed is in de veeteelt lager dan in het wild. Er zijn mensen in de wereld wiens leven in het teken staat van lijfsbehoud en voedsel vergaren. Er zijn mensen in de wereld die iedere 10 seconden aan slachten van dieren denken. In Nederland en andere westerse landen is de landbouw zeer modern. De omstandigheden voor dieren zijn er laten we maar zeggen gunstig. Buiten deze westerse landen hebben dieren mindere omstandigheden. De behuizing is minder en de dieren hebben er nogal snel last van natuurlijke vijanden en parasieten. Als men voor kippen uit legbatterijen een betere plek wil opsporen, zal men daar niet in slagen. Over de hele wereld is geen betere plek te vinden. Dat dieren het naar omstandigheden redelijk hebben blijkt ook uit fysieke welzijn. Dieren die hun omgeving voelen worden ziek en zwak. Niet alle dieren reageren negatief op opsluiten. Dit is beslist geen pleidooi voor het houden van dieren onder alle omstandigheden. Landbouwhuisdieren hebben het vaak niet slechter dan echte huisdieren of dieren die worden afgericht. Als iemand last heeft van dierenleed in Nederland hoeft niet het betrokken dier naar de een rusthuis, maar moet hij/zij dan zelf even naar de dokter of psycholoog. Het is tegen natuurlijk (pervers) zich zo aan te stellen ten opzichte van voedselwerkers en bewoners in de derde wereld. Overdreven opkomen voor rechten van dieren vind ik tekort doen aan mensen die dagelijks met ons voedsel in de weer zijn. Bovendien vind ik dat je daarmee mensen tekort doet ten opzichte van dieren. We lijken af en toe wel een verzorgingsstaat voor dieren. Mijn bezwaren treffen niet zo zeer de omgang met dieren. Ik vind echter wel dat one-issue organisaties zo makkelijk opmerkingen maken ten gunste van ogenschijnlijke kwetsbaarheid, alleen maar om de eigenstatus van verhevenheid te benadrukken. Terwijl wij bij volle verstand de jeugd op grote schaal kennis laten nemen van drugs en kids in India het werk laten doen. Ik vind dat het CDA zich duidelijk moet distantiëren van deze mens onterende gedragingen van linkse groeperingen. Het staat buiten kijf dat overtreding van wat in het maatschappelijk verkeer en bij wat de wet verboden is gestraft dient te worden; wie dieren mishandelt hoort in de bak. Dan kunnen we ons distantiëren dat dierenleed plaats vindt omwille van winstbejag. Samenvattend: de landbouw wordt vaak tegengewerkt om niet reële argumenten. Men richt zich daarmee tegen ontwikkeling van goede omstandigheden. En accepteert tegelijkertijd slachtdieren uit het buitenland die het bijna altijd veel slechter hebben getroffen. Een juist onderscheidingsvermogen bij het CDA is wel op zijn plaats. Biologische teelt methoden, is geld verdienen aan een misplaatste mensvisie. Over deze teeltmethode kunnen we kort zijn. De producten hebben geen beter voedselkwaliteit, zijn niet vriendelijker voor het milieu en zijn niet beter voor de gezondheid van de mensen dan conventioneel geproduceerd voedsel. Het is gênant deze methoden te promoten, terwijl miljarden mensen verstoken blijven van goed voedsel. Het propageren van biologische teeltmethoden is alleen om al of niet terecht een beter mensvisie te tonen en als afgeleide om er geld aan te verdienen. Bijvoorbeeld biologisch geteelde bloemen worden voor de jetset een luxe artikel dat met vliegtuigen wordt aangeleverd. De biologische teeltmethoden is niet meer dan een misplaatste mensenvisie. Ik denk dat het CDA zich moet bezinnen of ze nog langer het propageren van dergelijke onzin moeten steunen. Pas als er echt voordelen zijn in plaats van ingebeelde kunnen we daaraan gaan werken. De Voedsel en Waren Autoriteit. De VWA (Voedsel en Waren Autoriteit) is een organisatie die moet toezien op de voedselkwaliteit aangeboden aan de consument en de productie door de agrarische sector, althans dat is de bedoeling volgens de nieuwe doelstellingen. Voor de reorganisatie was er de keuringsdienst van waren (en ik dacht ook de AID, (algemene inspectiedienst)) die toezag op naleving van de regels die waren ingevoerd. Bovendien is het natuurlijk altijd zo geweest, dat wie knoeit met voedsel op straf of op gevangenschap kan rekenen. Het gaat er vooral om nuttige regels efficiënt uit te voeren. Zoals in de hele maatschappij schort het daar nog wel eens aan. En worden taken naar publiek en productiesectoren geschoven. Op dit moment (dus in 2005) stellen de betrokken organisaties een zwarte lijst op met bedrijven die knoeien. Het meest rechtvaardige en bereiken van rechtshandhaving is dat de overheid toezicht houdt en waar nodig strenge maatregelen neemt. Blijkbaar is dat dan geen taak voor de nieuwe VWA. De nieuwe taak van de VWA is om toe te zien op de voedsel kwaliteit en vooral betreffende de landbouw en veeteelt. Nou dat kan per definitie niet, immers de huidige voedselproductie is een natuurlijk en biologisch gegeven. Als alles normaal gebeurt dan kan het niet anders. Men kan stellen, dat buiten knoeierijen in de landbouw, niet anders kan dan dat de kwaliteit altijd de beste is. Toegegeven dat is geen reden om geen VWA te hebben. Maar waar het om gaat is dat de VWA waarschijnlijk in Nederland en de Europese Unie geteelde opbrengsten gaat beoordelen op manipulaties en dergelijke. Betreffende import producten zal de VWA niet adequaat kunnen reageren. Men kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet kunnen vaststellen, in veel gevallen worden die eraf gewassen of afgepoetst. Het product kan dan wel vrij zijn, maar het milieu kan wel belast zijn. En dat willen de mensen in Nederland? Het is nog erger want het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is in landen buiten Nederland veel groter. Voordat de VWA er was deden we al niks tegen hormoonvlees uit Ierland en Argentinië. Ook zaken die we per se niet willen. In de huidige opzet van de VWA wordt weliswaar de indruk gewekt op ons voedsel toe te zien. In het ene geval dus overbodig en betreffende import inadequaat. Alleen voor extra banen van ambtenaren en die hadden het al zo slecht en de landbouw moet voor dat gedoe opdraaien. Mega varkensstallen.Naar mijn mening zijn de huidige productie methoden toereikend. Boeren zijn in staat iedere dag verse melk en vers vlees aan te leveren. Dit kan door de ambiance die door de Europese overheden zijn aangereikt in samenwerking met particulier initiatief. Nogmaals, ik denk dat de boeren gevraagd moeten worden te werken aan het terugdringen van de stank. Het is zeer belangrijk dat de producten die geleverd worden door de agrarische sector door de consument geaccepteerd worden. In de eerste plaats denkt men bij een dergelijke stelling aan de producent: de boeren moeten leveren waarnaar gevraagd wordt. Aan de andere kant vind ik dat de fictieve marxistische getuigeniscultus zover is doorgedrongen dat van consumentenzijde de wensen niet meer reëel zijn. Je kunt nu eenmaal geen vlees eten van dieren die niet gehouden zijn of niet geslacht hoeven te worden. En de mens is van nature geen planteneter, voor een goede stofwisseling zijn ook dierlijke eiwitten nodig. Ik weet niet of het verstandig is voor de gezondheid en beleving om vegetarisch te leven. En hier zijn we dan op het punt aangekomen dat je ook wel eens kritiek mag hebben op het gedrag van de consument. Ik vind niet dat mensen in Nederland het recht hebben een dergelijk zware stempel op de maatschappij te drukken dat we ons nadrukkelijk onderscheiden van de leefgewoonten van de andere 7 miljard mensen op deze aarde. Het idee voor die megateelt bedrijven is ontstaan uit oogpunt van terugdringen van stank en andere overlast door een stel benoemde op winst bejag gerichte boeren. Als ze dan toch niet zonder kunnen dan maar zo ver mogelijk van de normale wereld (van ons soort goede mensen) vandaan. Aan deze beschreven opzet is denk ik geen behoefte, omdat de huidige productie methoden werken. Megastallen houden geen rekening met mogelijke verandering van de vraag van de consument, mogelijk neemt de vraag naar varkensvlees af, ten gunste van andere vleessoorten waaronder vis. Een mega varkensstal zoals die wordt voorgesteld is niet ontstaan om moderne en nieuwe ontwikkelingen toe te passen. Het is dus geen project dat nieuwe technologieën en inzichten geeft maar een defensief karakter heeft, namelijk wegstoppen uit het zicht. Het is een puur milieuproject, dat mogelijk aan geen enkele vraag voldoet. Je weet niet waartoe dat allemaal kan leiden en wat de gevolgen zijn. Deze projecten hebben een hoog "Betuwelijn gedachte" gehalte. Het oorspronkelijke idee voor de Betuwe lijn was niet meer en niet minder om daarmee de transport sector te dwingen van het gebruik van vrachtwagens af te zien. In het voorgaande heb ik aangetoond dat het volkomen misplaatst is een negatief beeld van de landbouw neer te zetten en op grond daarvan politiek te voeren. Wat betekent continueren van het huidige ondoordachte beleid? Dat is: "we zullen de landbouw eens flink aanpakken". Men zou blij moeten zijn, dat er 40 jaar lang goede landbouwpolitiek is gevoerd, andere sectoren kunnen er hun voordeel mee doen. Voor de landbouw op zichzelf is het belangrijk dat die opnieuw impulsen krijgt, zich versterkt voor de toekomst kan presenteren. En we mogen weer eens gaan denken om de inkomens te laten groeien. En aan maatschappelijk achterstand, bijvoorbeeld pensioenen. Stel dat de V.S. en de Europese Unie geen subsidie aan de landbouw hadden gegeven en we daardoor geen goede landbouw hadden gehad, waar zou de westerse wereld dan geweest zijn? Net zo'n wanorde als in Rusland en China? Er is het hardste realisme nodig, en geen welvaartstrauma of urbanisatiecomplex van de grachtengordel. De landbouw in Nederland heeft een andere beoordeling door het publiek nodig. Politiek, de massa en helaas ook het CDA heeft zich laten meeslepen door de linkse opinies van de media. Het CDA moet laten zien dat niet de indruk gewekt wordt dat landbouwpolitieke besluiten door de bevolking gesteund worden. Er wordt niks meer aan de boeren voorgesteld of opgedrongen waar niet over nagedacht is. ·Regelgeving is overtrokken. Verslechterd de kwaliteit van het product en de economische situatie van de agrariër. ·Een agrariër is tegenwoordig meer tijd kwijt aan boekhouding dan aan de tijd die hij kan besteden aan het gewas of vee. ·Het ambtelijk bestel is absoluut niet op de hoogte van wat een agrariër betekend voor onder andere de voedselvoorziening van een land. ·Het ambtelijk bestel is zelf niet op de hoogte welk nut de controle en regelgeving van het te voeren beleid is. ·Agrariërs zijn ondernemers die bijdragen aan onze welvaart. Het werk wordt hen onmogelijk gemaakt. ·Er wordt niet naar de boeren geluisterd men gaat ermee om zoals men met de dieren omging tijdens bijvoorbeeld de mkz crisis. ·Gewasbescherming en het toevoegen van mineralen hoeft absoluut geen kwaliteitsdaling van het product te zijn. Laat de technologie zijn werk doen. ·Als er niet naar de boeren geluisterd wordt, dan moeten we maar weer boeren gaan pesten in Afrika en onze agrariërs weg laten trekken.
|
|