Grote partij die verenigt
De tegencultuur opgekomen sinds ± 1964, heeft zich hoofdzakelijk beziggehouden met avant-gardistisch. deconditioneren in Nederland. Dit is zich ontdoen van de bestaande cultuur, pleiten voor het recht op zelfbeschikking en omturnen van de maatschappij. De gevestigde orde van fatsoen moest omver geworpen worden. Feitelijk kwam de tegencultuur slechts met
maatschappij kritiek en wantrouwen van de medeburgers. Niemand mocht zich met het leven van anderen bemoeien. Nu is de bemoeizucht juist groot. Mensen worden voor een maatschappij klaargestoomd die ze zelf niet eens zouden kiezen. Men is de decadentie steeds meer gaan accepteren. Degenen met de grootste mond tijdens de tegencultuur zijn nu de decadenten.
We zijn nu gedeconditioneerd. We zijn alle contact met cultuur (beschaving) kwijt geraakt. We kennen onze rechten en taken niet meer. We leiden een leven zonder onderscheidingsvermogen en zijn zicht op onze levensbehoeften van onszelf en anderen kwijt geraakt. We kunnen alleen nog van anderen eisen. En daarbij zijn we in een warboel of anarchie terecht gekomen. Door de slechte economie zijn tevens de intuïtieve of instinctieve systemen steeds slechter en steeds van grotere invloed geworden. Het is nu alom saneren, non-investeringen, graaien, verarming, versobering van de middenklasse, verdedigen verworvenheden en voor zichzelf in de weer zijn.
(lees meer)
















